web1

22520De kosten van de verzorgingsstaat rijzen de pan uit en het rijk ziet al de bodem van de schatkist. Wat is er dan niet makkelijker dan de problemen op het bordje van de gemeente te leggen. Het is al begonnen in 2004 met bijstandsuitkeringen bij de gemeente te leggen. Toen de gemeenten het overgebleven geld ook voor andere zaken gingen gebruiken werden ze strenger voor de bijstandstrekkers. Na de invoering van Wet Werk en Bijstand (WWB) volgde in 2007 de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Hierdoor werden de huishoudelijke hulpen kind van de rekening door de aanbestedingen. En nu dank zij het huidige kabinet gaat ook de WMO geheel op de schop. De gemeente krijgt dan te maken met een massale toestroom van nieuwe klanten die een beroep doen op de uitkering, hulp en zorg.


Wat veranderd er zoal vanaf 2015:
• De hele jeugdzorg gaat naar de gemeente;
• De begeleiding, verzorging en ondersteuning voor zieken en bejaarden vanuit de AWBZ naar de gemeente;
• De sociale werkplaats en bijstandsontvangers/Wajongers komen voor hun rekening.

De 9 prestatievelden worden in de nieuwe wet vervangen door 3 doelen:

  1. Bieden van opvang ( bv vrouwenopvang, maatschappelijke opvang, hieronder vallen ook beschermd wonen en verslavingszorg.
  2. Ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische, psychische of psychosociale problemen, zoveel mogelijk in de eigen omgeving.
  3. Bevordering van sociale samenhang, mantelzorg, vrijwilligerswerk en de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, tevens het bestrijden en voorkomen van huiselijk geweld.

De wijzigingen in de wetgeving in 2015 zijn:

• Wet langdurige zorg (WLZ)

  • Is voor kwetsbare ouderen en gehandicapten in instellingen

• Aanpassing Zorgverzekeringswet

  • Medische zorg, o.a. verpleging en behandeling in GGZinstellingen

• Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) Ξ> ingrijpende veranderingen/beroep op de samenleving/ondersteuning thuis.

Wat gaat er van de AWBZ naar de gemeenten:
• Begeleiding (individueel en groep [dagopvang, dagbesteding]);
• Gedeeltelijke persoonlijke verzorging;
• Kortdurend verblijf (weekend- en vakantieopvang);
• Vervoer bij begeleiding.

De consequenties van de bovenstaande veranderingen zijn dat er gekort wordt op de uitgaven/bestedingen en wel tussen de 25 en 30 procent en op de huishoudelijke hulp met 40 procent.
Wat ook gewijzigd gaat worden in de WMO is dat de prestatievelden en de compensatiebeginsel vervallen. Het budget van de PGB komt niet meer op de eigen rekening maar gaat naar de zorgaanbieder (trekkingsrecht). Wel heeft de gemeente de algemene plicht tot bieden van ondersteuning maar vooral wordt eerst de mogelijkheden van de aanvrager benut, ook in financiële zin.